Noam Chomsky: Het gedachte-experiment

Het vorige nummer van Klasse! besteedde ruimschoots aandacht aan Noam Chomsky en diens denk- en schrijfwerk. Hierbij een column over een recente interventie.

chomklasse

(Door Martin Hulsing)

Na de moord op Osama bin Laden kreeg Noam Chomsky het behoorlijk voor de kiezen. Hij werd door velen gevraagd om zijn mening te geven. Op 4 mei kwam hij met een korte respons (link) waarop een stortvloed aan reacties volgde. De meeste reacties uit de derde wereld waren in de vorm van “zo denken wij er ook over, dank voor het onder woorden brengen”. Er waren ook soortgelijke reacties uit het westen, maar het overgrote deel van de westerse reacties waren toch vooral woedende scheldpartijen, “vaak op het hysterische af”. Het tekent hoe verschillend er tegen de wereld wordt aangekeken.

Het enige dat Chomsky in zijn respons zegt is dat Bin Laden wordt “verdacht”, en dus voor een rechtbank gesleept moet worden (zo doen wij dat toch in het Westen?) en dat de situatie in Pakistan door deze moord verder uit de hand loopt, met mogelijke gevolgen die zeer verstrekkend en afschuwelijk kunnen zijn. Eigenlijk niet zo heel erg controversieel. Maar wat de mensen echt woedend maakt, is het gedachte-experiment dat hij er aan toevoegt: “We kunnen onszelf afvragen hoe onze reactie zou zijn als Iraakse commando’s op het erf van George W. Bush zouden landen, hem vermoorden, en zijn lijk in de Atlantische oceaan dumpen. Er is geen twijfel dat zijn misdrijven een stuk erger zijn dan die van Bin Laden. Bovendien, hij wordt niet slechts ‘verdacht’, niemand twijfelt er aan dat hij ‘besluitvormer’ was die de opdracht gaf tot het ‘ultieme internationale misdrijf, dat slechts verschilt van andere oorlogsmisdrijven doordat het op zichzelf al het kwaad dat er uit voortvloeit in zich draagt’ (citaat van het Neurenberg Tribunaal), waarvoor de Nazi’s werden opgehangen.” Ook niet erg controversieel: de Amerikaanse aanval op Irak veroorzaakte honderdduizenden doden, miljoenen vluchtelingen en gruwelijke sektarische conflicten die zich over de gehele regio hebben verspreid.

 Voor velen mensen in het westen is het moeilijk te verteren dat ook hun politiek leiderschap en het bedrijfsleven zich schuldig maakt aan de meest afschuwelijke misdrijven, en over het algemeen op veel grotere schaal dan het schuim dat de scepter zwaait over de landen van de derde wereld. Dat komt eenvoudigweg omdat ze machtiger zijn, en dus veel meer de mogelijkheid hebben om schade aan te richten. De mensen willen nog wel geloven dat er foute bedrijven zijn, dat wapenhandel niet zo netjes is, et cetera, maar dat het hele systeem verrot is, gaat er niet in. Overigens met dank aan de media, die zich in de eerste plaats druk maken over de gemeneriken uit de rest van de wereld, van wie de misdaden breed worden uitgemeten.

De keurige ministers die, op advies van het bedrijfsleven, bij het afsluiten van internationale handelsverdragen het onderste uit de kan halen, en daarmee de levens van stumpers over de hele wereld aan de rand van de afgrond brengen, zien er niet erg misdadig uit. Maar ze brengen boeren over de hele wereld aan de bedelstaf door verplichte concurrentie met onze zwaar gesubsidieerde landbouwproducten, onder het mom van de vrije markt; vissers wordt de toegang tot hun eigen zeeën ontzegt, omdat de visquota worden opgekocht en doorgegeven aan de roofdieren die in de afgelopen decennia onze kusten hebben vernietigd; en zij die hun mond durven open te doen worden opgesloten, gemarteld en afgemaakt door dictators, die als vrienden worden beschouwd zolang ze ‘stabiliteit’ brengen.

 Dat bepaalt het verschil. Wij zien de foto-ops van de in maatpakken gestoken verantwoordelijke autoriteiten en hun lege verhaaltjes over de vrije markt, winstverwachtingen, humanitaire acties en veiligheid. Er is geen ruimte voor gedachte-experimenten. Die hebben ze in de derde wereld niet nodig, daar moeten ze dag in dag uit omgaan met de door ons veroorzaakte verwoestingen.